Een jubileumidee die meteen op juridische muren stuit
Wat begon als een herdenkingsidee is uitgegroeid tot een politieke strijd over geld, herinnering en macht. Het voorstel voor een biljet van 250 dollar met het portret van Donald Trump heeft Washington in rep en roer gebracht, terwijl de Verenigde Staten zich opmaken voor hun 250-jarig bestaan.
Ambtenaren binnen de Trump-administratie zouden de idee besproken hebben als onderdeel van de jubileumplanningen. Medewerkers verbonden aan het ministerie van Financiën namen contact op met het Bureau of Engraving and Printing — de instantie die Amerikaanse bankbiljetten produceert — en vroegen om een eerste ontwerp.
Een wet uit 1866 staat levende personen op bankbiljetten niet toe
Het grootste struikelblok is de federale wetgeving. Volgens de huidige Amerikaanse regels mogen levende personen niet worden afgebeeld op bankbiljetten. Die beperking is geen recent fenomeen — ze stamt al uit 1866 en werd ingevoerd om te voorkomen dat de Verenigde Staten de indruk zouden wekken op een monarchie te lijken.
Minister van Financiën Scott Bessent bevestigde die beperking tijdens een persconferentie in het Witte Huis.
“Op dit moment mag geen enkele levende persoon voorkomen op Amerikaanse bankbiljetten,” zei hij.
Bessent liet weten dat het ministerie enkel verder zou gaan als het Congres een wetswijziging goedkeurt, en benadrukte dat zijn departement “de wet zal volgen”. Hij verdedigde het idee op zich wel:
“Ik vind het niet ongepast om de Amerikaanse president op een biljet te zetten dat wordt uitgegeven ter gelegenheid van het 250-jarig jubileum.”
Het voorstel sluit aan bij een wetsvoorstel ingediend door congreslid Joe Wilson in het Huis van Afgevaardigden, dat het ministerie van Financiën het recht zou geven om Trumps beeltenis te gebruiken op een nieuw herdenkingsbiljet. Ook zou de naam van Trump samen met die van Bessent verschijnen op nieuwe Amerikaanse bankbiljetten als onderdeel van de jubileumherdenking.
Democraten willen het voorstel definitief blokkeren
De Democraten verzetten zich fel tegen het plan. Wetgevers stelden een verbod voor op het afbeelden van levende of zittende presidenten op Amerikaans betaalmiddel, inclusief herdenkingsuitgaven.
Hakeem Jeffries, de Democratische fractieleider in het Huis van Afgevaardigden, veegde het voorstel resoluut van tafel:
“Doe normaal. De komende viering van de onafhankelijkheid gaat niet over een toekomstige koning. Het gaat over het vieren van de Amerikaanse reis.”
Hij voegde daar nog aan toe: “Dit is pure fantasie. We zullen er alles aan doen om ervoor te zorgen dat dit nooit gebeurt. Ik vind dit het meest absurde ter wereld.”
Bankbiljetten als symbool van nationale identiteit
Amerikaanse bankbiljetten functioneren al lang niet alleen als betaalmiddel. Ze gelden ook als een publieke uitdrukking van nationale identiteit, collectieve herinnering en politieke terughoudendheid. Dat maakt dit voorstel gevoeliger dan de nominale waarde doet vermoeden.
Voor munten gelden overigens vergelijkbare regels: een president mag doorgaans pas op een munt worden afgebeeld twee jaar na zijn overlijden.
Voorlopig blijft het 250-dollarbiljet niet meer dan een politiek voorstel. Zonder goedkeuring van het Congres kan het ministerie van Financiën het plan juridisch niet omzetten in wettig betaalmiddel.













